Antifouling

Voor velen een jaarlijks terugkerend ritueel; het aanbrengen van een nieuwe laag antifouling.Waarom antifouling op de boot aanbrengen? Immers, het is duur, vaak toch enigszins giftig, en u heeft toch ook wel wat beters te doen! De vertaling van antifouling in het Nederlands is anti-aangroei, het gaat dus aangroei op het onderwaterschip tegen. Deze aangroei kan vervelende gevolgen hebben voor de vaareigenschappen van de boot, zoals verlies van snelheid, en mindere bestuurbaarheid (het schip reageert minder direct). Tevens kan het brandstofverbruik een stuk hoger komen te liggen, al naar gelang er meer aangroei onder uw boot is. En vergeleken met het aanbrengen van een (nieuwe) laag antifouling is het schoonmaken van een boot met redelijke aangroei een fluitje van een cent.

De mate van aangroei kan per ligplaats verschillen. Dit heeft onder andere te maken met de watersoort (in zout water is doorgaans meer aangroei dan zoet), hoeveel stroming er is, hoe diep het water, etc. Het is dan ook niet sowieso altijd noodzakelijk antifouling aan te brengen, maar de praktijk wijst uit dat het, over het algemeen, wel wenselijk is. Uiteraard is het een mogelijkheid als botenbezitter om het eens een vaarseizoen aan te zien, zonder antifouling.

Welke antifoulingsoorten zijn er?

Grofweg zijn er 3 types antifouling, hieronder de omschrijvingen:

  1. zelfslijpende antifouling
    Deze soort, ook wel selfpolishing genoemd, schuurt zichzelf door middel van de wrijving van het water, tijdens het varen. Het voordeel hiervan is, dat er gedurende de jaren ook geen dikke koek op de romp komt van steeds nieuwe lagen. Nadeel is dat deze soort afgeeft, dus als de waterlijn gedurende het vaarseizoen wordt schoongeboend, zal dit ook leiden tot extra afgifte van antifouling. Hierdoor adviseren wij om de eerste 30 centimeter vanaf de waterlijn altijd een extra laag aan te brengen. Nadeel van deze soort antifouling kan zijn, dat mocht er te weinig laagdikte aangebracht is, er halverwege het vaarseizoen de ondergrond te zien kan zijn. Een zelfslijpende antifouling kan zowel over zelfslijpende, als harde antifouling aangebracht worden.
  2. harde antifouling
    Bij een harde antifouling blijft de laagdikte intact, slechts de werkzame stoffen (bijvoorbeeld koper, of biociden) logen gedurende het vaarseizoen uit de laag. Dit uit zich echter niet in minder laagdikte na een jaar, dus om de bovengenoemde dikke koek na een aantal jaren (en dus lagen) te vermijden, is het wel noodzakelijk om te schuren, voordat u een nieuwe laag aanbrengt. Voordeel van deze soort is dat het uitermate geschikt is voor boten die geregeld getrailerd worden. Een harde antifouling kan slechts over een (andere) harde antifouling aangebracht worden.
  3. antifouling op teflonbasis
    Niet veel gebruikt, maar moet toch genoemd worden, antifouling op teflon-basis. Dit is een dunne, harde antifouling, die alleen met zichzelf kan worden overgeschilderd. Meest gebruikte soort hiervan is International VC17M.
    In het vervolg van dit document zullen wij deze soort niet meer noemen.

Welke soort moet u gebruiken?

Dit is afhankelijk van de soort die er momenteel op zit. Indien er een zelfslijpende antifouling op uw boot zit, zult u hiermee door moeten gaan. Zit er een harde antifouling op, dan kunt u kiezen. Wij adviseren om eerst een aantal lagen harde antifouling te gebruiken, en daarna over te stappen op zelfslijpend. Dit, in verband met het feit dat er dan geen verdere laagdikte-opbouw plaatsvindt.

De voorbehandeling:

Indien er nog geen antifouling op uw boot zit, moet u eerst de juiste hechtlaag aanbrengen. Welke dit is, is afhankelijk van de ondergrond, en de informatie hierover kunt u in andere documenten vinden. Bij een bestaande (antifouling-) ondergrond is het belangrijk dat de ondergrond schoon, vetvrij, en droog is. Dit houdt in dat het beste schoongespoten kan worden met hoge druk, eventuele aangroei verwijdert moet worden, en vervolgens goed schoonmaken met een speciale reiniger, zoals bijvoorbeeld International Super Cleaner.

Hierna nog even schoonspoelen, en laten drogen. In het geval van een zelfslijpende antifouling kunt u hierna de antifouling direct aanbrengen. Het aantal lagen is afhankelijk van de soort die u gebruikt, wij adviseren 1 dikke laag voor het gehele onderwaterschip, en een tweede laag voor de bovenste 30 centimeter. In het geval van een harde antifouling is het raadzaam om te schuren (in verband met de laagdikte), maar doet u dit wel met waterproof schuurpapier, bijvoorbeeld korrel P180. Hierna wederom schoonspoelen, en minimaal 1 volle laag aanbrengen.

Het aanbrengen kunt u het beste doen met een kortharige roller, ook wel mohair, velours, of lakvilt genoemd. De randen en in hoekjes met een (wegwerp-)kwast, deze zijn niet goed meer schoon te krijgen. Zorg voor een goede ventilatie, daar er vaak agressieve oplosmiddelen in antifouling zitten. In principe moet u een antifouling nooit verdunnen, mocht u dit toch willen, kijk dan op het etiket van het blik waarmee dit moet, want doorgaans kan dit niet met gewone terpentine of thinner.

Koperhoudend kopervrij hoe zit dat?

Enige tijd is koperhoudende antifouling verboden geweest. Momenteel is dat niet meer zo, en voor de overschilderbaarheid maakt het ook niet zoveel uit. Veel belangrijker is het type antifouling (hard, zelfslijpend, teflon). Over het algemeen is het wel zo dat op zoet water, een koperhoudende antifouling te prefereren is, daar deze kwalitatief beter zijn.

Dit document kan gebruikt worden als leidraad. Er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend.